BIJBELLEZING VOOR
Ezechiël 1:1-14
De lezing uit het NBG-leesrooster voor 1 juli 2026 is Ezechiël 1:1-14. Hieronder lees je het Bijbelgedeelte in de klassieke Statenvertaling.
Lees deze lezing bij het Bijbelgenootschap
De Bijbeltekst
1:1 In het dertigste jaar, in de vierde maand, op den vijfden derzelve maand, als ik in het midden der weggevoerden was bij de rivier Chebar, zo geschiedde het, dat de hemelen werden geopend, en ik gezichten Gods zag.
1:2 Op den vijfden derzelve maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van den koning Jojachin),
1:3 Geschiedde het woord des HEEREN uitdrukkelijk tot Ezechiel, den zoon van Buzi, den priester, in het land der Chaldeen, bij de rivier Chebar; en de hand des HEEREN was daar op hem.
1:4 Toen zag ik, en ziet, een stormwind kwam van het noorden af, een grote wolk, en een vuur daarin vervangen, en een glans was rondom die wolk; en uit het midden daarvan was als de verf van Hasmal, uit het midden des vuurs.
1:5 En uit het midden daarvan kwam de gelijkenis van vier dieren; en dit was hun gedaante: zij hadden de gelijkenis van een mens;
1:6 En elkeen had vier aangezichten; insgelijks had elkeen van hen vier vleugelen.
1:7 En hun voeten waren rechte voeten, en hun voetplanten waren gelijk de voetplanten van een kalf, en glinsterden gelijk de verf van glad koper.
1:8 En mensenhanden waren onder hun vleugelen, aan hun vier zijden; en die vier hadden hun aangezichten en hun vleugelen.
1:9 Hun vleugelen waren samengevoegd, de een aan den ander; zij keerden zich niet om, als zij gingen; zij gingen elkeen recht uit voor zijn aangezicht henen.
1:10 De gelijkenis nu van hun aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het aangezicht eens leeuws hadden zij vier aan de rechterzijde; en ter linkerzijde hadden die vier eens ossen aangezicht; ook hadden die vier eens arends aangezicht.
1:11 Ook waren hun aangezichten en hun vleugelen opwaarts verdeeld; elkeen had er twee samengevoegd aan de andere, en twee bedekten hun lichamen.
1:12 En zij gingen elkeen rechtuit voor zijn aangezicht henen; waarhenen de geest was om te gaan, gingen zij; zij keerden zich niet om, als zij gingen.
1:13 Aangaande de gelijkenis der dieren, hun gedaante was als brandende kolen des vuurs, als de gedaante der fakkelen; datzelve vuur ging steeds tussen die dieren; en het vuur had een glans, en uit het vuur kwam een bliksem voort.
1:14 De dieren nu liepen en keerden weder als de gedaante van een weerlicht.
Bijbeltekst: klassieke Statenvertaling (publiek domein). Dit is een andere vertaling dan NBV21 of de Bijbel in Gewone Taal.
Een leeswijzer bij Ezechiël
Ezechiël gebruikt indringende woorden en beelden. Lees rustig en let op het onderscheid tussen een visioen, een opdracht en een uitleg. De profetische tekst spreekt over verantwoordelijkheid en hoop binnen een geschiedenis van ontwrichting.
Om bij stil te staan
Wat maakt het beeld of de boodschap van dit gedeelte opvallend of ongemakkelijk?
Lees het gedeelte nog eens rustig. Noteer een woord, een vraag of een zin die bij je blijft en bekijk hoe die in het hele gedeelte past.
Leesrooster en bronnen
Deze leesdatum volgt het Bijbelleesrooster 2026 van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. De leeswijzer en vraag zijn onze eigen redactionele toevoegingen. De Bijbeltekst komt uit de klassieke Statenvertaling in Open Bibles.
Vind een Bijbel die bij je past of lees verder over Bijbelstudie.
