BIJBELLEZING VOOR
Ezechiël 8:1-12
De lezing uit het NBG-leesrooster voor 11 augustus 2026 is Ezechiël 8:1-12. Hieronder lees je het Bijbelgedeelte in de klassieke Statenvertaling.
Lees deze lezing bij het Bijbelgenootschap
De Bijbeltekst
8:1 Het geschiedde nu in het zesde jaar, in de zesde maand, op den vijfden der maand, als ik in mijn huis zat, en de oudsten van Juda voor mijn aangezicht zaten, dat de hand des Heeren HEEREN daar over mij viel.
8:2 Toen zag ik, en ziet, een gelijkenis, als de gedaante van vuur; van de gedaante Zijner lenden en nederwaarts was vuur; en van Zijn lenden en opwaarts, als de gedaante ener klaarheid, als de verf van Hasmal.
8:3 En Hij stak de gelijkenis ener hand uit, en nam mij bij het haar mijns hoofds; en de Geest voerde mij op tussen de aarde en tussen den hemel, en bracht mij in de gezichten Gods te Jeruzalem, tot de deur der poort van het binnenste voorhof, dewelke ziet naar het noorden, alwaar de zitplaats was van een beeld der ijvering, dat tot ijver verwekt.
8:4 En ziet, de heerlijkheid des Gods van Israel was aldaar, naar de gedaante, die ik in de vallei gezien had.
8:5 En Hij zeide tot mij: Mensenkind, hef nu uw ogen op naar den weg van het noorden; en ik hief mijn ogen op naar den weg van het noorden, en ziet, tegen het noorden aan de poort van het altaar was dit beeld der ijvering, in den ingang.
8:6 En Hij zeide tot mij: Mensenkind, ziet gij wel, wat zij doen, de grote gruwelen, die het huis Israels hier doet, opdat Ik van Mijn heiligdom verre wegga? Doch gij zult nog wederom grote gruwelen zien.
8:7 Zo bracht Hij mij tot de deur van het voorhof. Toen zag ik, en ziet, er was een hol in den wand.
8:8 En Hij zeide tot mij: Mensenkind, graaf nu in dien wand. En ik groef in dien wand, en ziet, daar was een deur.
8:9 Toen zeide Hij tot mij: Ga in, en zie de boze gruwelen, die zij hier doen.
8:10 Zo ging ik in, en ik zag, en ziet, er was alle beeltenis van kruipende dieren en verfoeilijke beesten, en van alle drekgoden van het huis Israels, geheel rondom aan den wand gemaald.
8:11 En zeventig mannen uit de oudsten van het huis Israels, met Jaazanja, den zoon van Safan, staande in het midden van hen, stonden voor hun aangezichten; en een ieder had zijn rookvat in zijn hand, en een overvloedige wolk des reukwerks ging op.
8:12 Toen zeide Hij tot mij: Hebt gij gezien, mensenkind, wat de oudsten van het huis Israels doen in de duisternis, een ieder in zijn gebeelde binnenkameren? want zij zeggen: De HEERE ziet ons niet, de HEERE heeft het land verlaten.
Bijbeltekst: klassieke Statenvertaling (publiek domein). Dit is een andere vertaling dan NBV21 of de Bijbel in Gewone Taal.
Een leeswijzer bij Ezechiël
Ezechiël gebruikt indringende woorden en beelden. Lees rustig en let op het onderscheid tussen een visioen, een opdracht en een uitleg. De profetische tekst spreekt over verantwoordelijkheid en hoop binnen een geschiedenis van ontwrichting.
Om bij stil te staan
Wat maakt het beeld of de boodschap van dit gedeelte opvallend of ongemakkelijk?
Lees het gedeelte nog eens rustig. Noteer een woord, een vraag of een zin die bij je blijft en bekijk hoe die in het hele gedeelte past.
Leesrooster en bronnen
Deze leesdatum volgt het Bijbelleesrooster 2026 van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. De leeswijzer en vraag zijn onze eigen redactionele toevoegingen. De Bijbeltekst komt uit de klassieke Statenvertaling in Open Bibles.
Vind een Bijbel die bij je past of lees verder over Bijbelstudie.
